Circuit

Hockenheimring "GP Strecke"

 

De Hockenheimring is één van de modernste racecircuits in de wereld, en toch één van de oudste.

Het is immers al van 1930 geleden dat de toen jonge Ernst Christ met het idee op de proppen kwam om in zijn thuisdorp Hockenheim een racecircuit te bouwen.

Hij kreeg de steun van de toenmalige burgemeester Philipp Klein. Twee jaar later werd uiteindelijk de eerste race voor motorfietsen gehouden in Hockenheim. We schrijven 1932. Wegens geldgebrek was de toen 12 km lange "Dreieckskurs" een overharde baan.
De lange rechte stukken waren kenmerkend voor het toen nog linksom gereden circuit dat in 1938 ingekort werd tot 7,7 km. Het werd verder verbreed en de "Ostkurve" werd aangelegd. Aldus ontstond de bekende ovalen vorm die het circuit t.e.m. 2001 had. De naam werd omgedoopt tot "Kurpfalzring".

Tijdens WO II werd het wegdek zwaar beschadigd door de tanks van de geallïeerden. Na de herstelling ervan werd de naam opnieuw veranderd. Aldus ontstond de "Hockenheimring" waar er vanaf 1947 terug geraced werd.
Begin jaren '60 moet een deel van het circuit wijken voor een nieuwe "autobahn". De Nederlandse ontwerper John Hugenholtz laat zich inspireren door Indianapolis... het "Motodrom" wordt een feit.

In 1964 start de verbouwing, en in 1966 volgt de opening van het circuit. De eenzame, lange rechte stukken door het bos en het bochtige stadiongedeelte vol publiek worden kenmerkend voor deze 6,8 km lange, rechtsom gereden versie van de Hockenheimring.
In 1968 verongelukt de legendarische Jim Clark, 2-voudig wereldkampioen F1, op één van de lange rechte stukken tijdens een F2 race.

In 1970 worden halverwege de beide lange rechte stukken chicanes ingebouwd, teneinde de veiligheid te vergroten.

In datzelfde jaar vindt - wegens veiligheidsproblemen met de Nürburgring - voor het eerst de GP F1 van Duitsland plaats op de Hockenheimring.
De wedstrijd wordt gewonnen door de later op het jaar in Monza verongelukte wereldkampioen Jochen Rindt.
Het jaar daarop werd de GP van Duitsland opnieuw op de Nürburgring verreden, maar na het ongeluk van Niki Lauda in 1976, keert de F1 het jaar daarop terug naar Hockenheim. Met uitzondering van 1985, is ze daar tot nu gebleven.

In 1982 wordt een nieuwe chicane, vlak voor de "Ostkurve", toegevoegd. Nu zijn er de "Bremskurve" 1, 2 en 3.

De laatste grote wijziging hieraan dateert van 1994, toen Gerhard Berger won, na het dramatische weekend op Imola (crash Senna & Ratzenberger).
De 1ste en 3de chicane werd langzamer gemaakt en omgedoopt tot resp. de "Jim Clark" en de "Ayrton Senna" chicane.

Eind jaren '90 vond Ecclestone dat het circuit moest ingekort worden, zodat de toeschouwers de auto's vaker voorbij zouden zien komen.
Zo niet zou Hockenheim de Duitse GP F1 verliezen.

Het Duitse ingenieursbureau van Hermann Tielke ontwierp daarop een geheel nieuw gedeelte dat de lange rechte stukken en de "Ostkurve" verving.

Ter compensatie van de vele gekapte bomen, werden er nieuwe bomen geplant op het oude gedeelte. Hiermee was de typische ovale vorm van het circuit definitief verdwenen.
De laatste Grand Prix op het "oude" Hockenheim werd verreden in 2001 en gewonnen door Ralf Schumacher met een gemiddelde snelheid van 235 km/u.

De hoogste topsnelheid ooit werd in 2000 door David Coulthard behaald op het toen nog 1,5 km lange rechte stuk: 361 km/u.
Nù wordt naast de GP F1 van Duitsland, ook het razend populaire DTM en het fel bestreden IDM verreden op het ultra-moderne Hockenheim.